Want en wand

 Wand
schrijf je
met een ‘d’,
want
je hebt één wand
en meer wanden!

Maar ja,
van de want
aan je handen
heb je er twee
en dan
zijn het wanten.

Dus
schrijf je het
met een ‘d’ of een ‘t’,
want
het gaat altijd
om één van de twee.

Hoewel:
want
schrijf je
met een ‘t’.
Want, want is want.
Dus geen van twee!